Wetenschap in de media: mag het een beetje minder?

De media staan bol van berichten uit de wetenschap. En omdat voeding een hot-topic is, haalt voedingsnieuws extra vaak de pers. Maar regelmatig blijkt dat de berichtgeving met een korreltje zout moet worden genomen. Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van Kennisinstituut Bier gaf wetenschapsjournalist Maarten Keulemans van de Volkskrant een lesje factchecken. Ook gaf hij een – voor veel van de aanwezigen best schokkende – weergave van hoe wetenschappelijke informatie het grote publiek bereikt.

Vorig jaar was volop in het nieuws dat dat ene glaasje alcohol ook niet meer kon. Maarten Keulemans steekt hand in eigen boezem. ‘Dit voorbeeld laat heel duidelijk zien hoe het mis gaat in de berichtgeving over wetenschappelijk onderzoek.’ De taak van een wetenschapsredactie is onder andere om te factchecken: klopt het nieuwsbericht?

Niet over één nacht ijs
Volgens Keulemans bestaat factchecken uit onderzoeken of de studie is beschreven in een gerenommeerd wetenschappelijk vaktijdschrift, door wie het is uitgevoerd en of er een universiteit betrokken is (liefst meerdere universiteiten). Vervolgens moet je nagaan of de conclusies in het bericht wel kloppen; de journalist moet dus zelf in het onderzoek duiken. Het liefst legt de journalist ook nog het onderzoek voor aan een niet-betrokken wetenschapper voor een extra check. ‘Als het om modieus onderzoek gaat – onderzoek waarmee gescoord kan worden, zoals over alcohol of suiker – moeten alle alarmbellen gaan rinkelen,’ aldus Keulemans, ‘Want, het meeste onderzoek is helemaal niet zo interessant of er zijn weinig interessante resultaten.’ Hij roept ook iedereen op gewoon gezond verstand te gebruiken: ‘Even goed nadenken over wat je leest en in perspectief plaatsen. Vaak kun je dan al ergens doorheen prikken. Maar dat is precies ook onze taak als wetenschapsjournalisten. Wij moeten de kritische vragen stellen bij een onderzoek. Liefst aan de onderzoeker zelf.’ 

Het gaat vaak mis
‘Helaas beschikken niet alle media over een wetenschapsredactie, met mensen die in staat zijn wetenschappelijk onderzoek goed te kunnen duiden en de tijd krijgen dat te doen,’ zegt Keulemans. Redacties van onder andere NOS, ANP, RTL, Nieuwsuur, Telegraaf en Metro beschikken niet over een wetenschapsredactie zoals die er wel is bij bijvoorbeeld Volkskrant en NRC. Zonder wetenschapsredactie gaat het vaak mis. Want wat gebeurt er?

  • Persberichten worden overgenomen zonder de tijd en moeite te nemen om de bronnen van het persbericht te bekijken.
  • Er is geen oog voor en te weinig kennis van onderzoeksmethodiek, waardoor de vertaalslag verkeerd kan zijn. Zo worden bijvoorbeeld ten onrechte vaak conclusies uit dieronderzoek rechtstreeks doorvertaald naar mensen.
  • Er wordt niet altijd op de belangen gelet. Wie heeft het onderzoek uitgevoerd en betaald?

Niet alleen de schuld van de media
Keulemans heeft het over een “doorgeef-glijbaan” van teksten waarin de verstrekte informatie steeds verder van de oorspronkelijk publicatie af komt te liggen. En daaraan hebben volgens hem niet alleen de media schuld. Ook communicatieafdelingen van vaktijdschriften of universiteiten dragen hieraan bij. ‘Een wetenschapper publiceert in een vakblad. Het vakblad wil aandacht – lees kliks – voor het artikel en publiceert interessante quotes van de wetenschapper. Internationale persbureaus nemen die quotes over in hun eigen woorden. Vervolgens nemen Nederlandse persbureaus stukken over en dat komt bij de redacties van websites en kranten terecht. Iedereen schrijft erover in zijn eigen woorden, inzoomend op wat ze het spannendste vinden aan het bericht.’ Het resultaat is volgens Keulemans een soort “homeopatische verdunning” van het oorspronkelijke bericht. Ook universiteiten zelf zijn niet vrij te pleiten bij dit proces van verkeerde berichtgeving, merkt hij op. ‘Als een wetenschapper van een universiteit in een vakblad publiceert, dan “moet” er een persbericht over komen. Want in de huidige tijd “moet” iedereen laten zien hoe goed hij is. Dat persbericht moet er dan uit springen, dus wordt er iets verrassends gezocht om het bericht en de publicatie op te laten vallen. De nuance is dan vaak zoek.’

Mag het een beetje minder
In de discussies na afloop van de lezing kwam duidelijk naar voren dat de aanwezigen zich zorgen maken over de verkeerde berichtgeving in de media: het gevolg is dat mensen niet meer weten wat ze moeten geloven. Ze geloven niets meer of alleen dat wat hen het beste uitkomt. De vraag werd gesteld of er maar beter helemaal niet meer over wetenschappelijk onderzoek gecommuniceerd moet worden. Keulemans ziet juist de waarde van de toegenomen communicatie: wetenschap bestaat ook bij de gratie van verschillende meningen. Het grote informatieaanbod werkt volgens hem juist zuiverend. Bovendien kunnen de social media een extra rol spelen in het duiden en bediscussiëren van wetenschapsnieuws. Al was het maar om journalisten op de vingers te tikken. Keulemans vindt dat wetenschappers zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen over hoe hun onderzoek naar het publiek gaat. ‘Dat valt onder de wetenschappelijke integriteit. Het meeste onderzoek is niet zo nieuwswaardig. Je moet dat als wetenschapper incalculeren en niet zo snel persberichten uitsturen. Vandaar mijn stelling: Wetenschap het mag best een beetje minder!’

Foto: Wetenschapsjournalist Maarten Keulemans van de Volkskrant gaf op 26 september ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van Kennisinstituut Bier in het Schip van Blaauw in Wageningen een lesje factchecken.