Voeding en kankerrisico: rol van alcoholconsumptie

12/08/2021

Op basis van een ‘umbrella review’, een overzicht van meerdere meta-analyses, onlangs gepubliceerd in Nature Communications, is er sterk of zeer suggestief bewijs dat alcoholconsumptie positief geassocieerd is met het risico op postmenopauzale borst-, dikkedarm-, slokdarm-, hoofd- en hals-, en leverkanker.1

Wat is er al bekend? Het derde deskundigenrapport van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds (WKOF) toont aan dat er sterk overtuigend bewijs is dat het consumeren van alcoholische dranken het risico op mond-, keel- en strottenhoofdkanker, slokdarmkanker (plaveiselcelcarcinoom) en postmenopauzale borstkanker verhoogt. Consumptie van 30 gram alcohol of meer per dag verhoogt het risico op dikkedarmkanker en 45 gram alcohol of meer per dag verhoogt het risico op leverkanker.2

Wat voegt deze studie toe? Dit onderzoek evalueert hoe robuust de 860 meta-analyses zijn die worden aangehaald in het derde deskundigenrapport van het WKOF naar de associatie tussen voedingsfactoren het risico op 11 kankersoorten.

860 meta-analyses
In dit onderzoek werden de 860 meta-analyses uit het derde deskundigenrapport van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds (WKOF) geanalyseerd om de kwaliteit van het bewijs voor de associaties tussen een groot aantal voedingsfactoren en het risico op 11 kankersoorten te evalueren. De meeste meta-analyses gingen over de associaties met dikkedarmkanker en borstkanker en de meest bestudeerde voedingsfactoren waren fruit/groenten en alcohol.

Sterk en zeer suggestief bewijs, voornamelijk voor alcoholconsumptie
Van deze 860 meta-analyses hadden er 247 (29%) statistisch significante bevindingen en deze werden door de onderzoekers gecategoriseerd in vier bewijsgroepen, namelijk sterk, zeer suggestief, suggestief en zwak bewijs.

Dit resulteerde in tien associaties (10 meta-analyses (1,2% van de 860 meta-analyses)) met sterk bewijs, op basis van sterke statistisch significante resultaten en geen indicatie van bias. Deze associaties waren tussen alcoholconsumptie en een hoger risico op dikkedarmkanker en borstkanker, evenals tussen de inname van calcium-, zuivel- en volkorenproducten en een lager risico op dikkedarmkanker.

Dertien associaties (gebaseerd op 13 meta-analyses (1,5% van de 860 meta-analyses)) werden ondersteund door zeer suggestief bewijs, waarvan de meeste betrekking hadden op alcohol en een hoger risico op dikkedarm-, slokdarm-, hoofd- en hals-, en leverkanker. Bovendien was de consumptie van koffie negatief geassocieerd met het risico op lever- en huidkanker, en de inname van fruit en groenten was negatief geassocieerd met het risico op hoofd- en nekkanker.

Toekomstig onderzoek
De onderzoekers suggereren, op basis van statistische modellen, dat aanvullend onderzoek het huidige bewijs voor de meeste gevonden associaties waarschijnlijk niet zal veranderen. Ze benadrukken echter dat het belangrijk is om onderzoek te blijven doen, omdat voeding een alomtegenwoordigde blootstelling is en veranderingen in voeding het kankerrisico kunnen veranderen.

Bovendien geven de onderzoekers aan dat toekomstig onderzoek zich zou moeten richten op nieuwe en verbeterde methoden (bijv. herhaalde webgebaseerde voedingsregistraties, biomarkers van voedingsstatus) om de tijdsafhankelijke aard van voeding te bepalen; op de rol van voeding op jonge leeftijd; op voedingspatronen; op de biologische processen die betrokken zijn bij de voeding-kankerassociaties; op kankersubtypes en uitkomsten na kankerdiagnose; en op de interactie van voedingspatronen met de omgeving, gedrag, genoom, metaboloom, proteoom, epigenoom, darmmicroflora, enzovoort.

Ze concluderen dat voor de volksgezondheid en in beleid inspanningen gericht moeten zijn op het afschrikken van de bekende belangrijke voedingsgerelateerde risicofactoren voor kanker, met name overgewicht en alcoholconsumptie.

   Sterke punten

  • Umbrella review, een overzicht van meta-analyses.
  • Bevindingen zijn gebaseerd op meta-analyses met sterk of zeer suggestief bewijs.

 

 

   Beperkingen

  • In voedingsepidemiologisch onderzoek is het moeilijk om de consumptie van de verschillende voedingsfactoren te meten.
  • Epidemiologisch onderzoek geeft associaties, experimenteel onderzoek is noodzakelijk om een oorzakelijk verband aan te tonen.
  • Bevindingen zijn gebaseerd op een klein aantal meta-analyses.
    ​​

Referenties

  1. Papadimitriou, N., Markozannes, G., Kanellopoulou, A. et al. An umbrella review of the evidence associating diet and cancer risk at 11 anatomical sites. Nat Commun 12, 4579 (2021). https://doi.org/10.1038/s41467-021-24861-8
  2. World Cancer Research Fund/American Institute for Cancer Research. Diet, nutrition, physical activity and cancer: a global perspective. https://www.aicr. org/research/third-expert-report/ (2018).