Nieuw onderzoek: Jongeren die alcohol drinken presteren niet slechter dan niet-drinkers

Jongeren die alcohol drinken presteren niet slechter dan niet-drinkers blijkt uit een nieuwe studie. In een eerste langlopende studie werden 2.230 jongeren getest op geheugen, impulscontrole en concentratievermogen. De studie zet de algemene gedachte dat alcohol altijd slecht is voor het puberbrein in een nieuw daglicht. Meer onderzoek is noodzakelijk.

Weinig bekend over matig drinken
Neurospychologe Sarai Boelema promoveert vrijdag 5 december op dit onderzoek. In een artikel in Volkskrant legt ze uit: De heersende gedachte is dat het zich ontwikkelende brein van de puber kwetsbaar is voor alcoholgebruik. Dit beeld is vooral gebaseerd op onderzoek naar pubers die aan alcohol verslaafd zijn. Dit zegt weinig over pubers die soms en matig drinken.

Zware drinkers presteren niet slechter
Boelema testte nu voor het eerst een grote groep jongeren (2.230) op hun 11e en 19e. Ze verdeelde ze in zes groepen van niet-drinkers tot zware drinkers. Waarbij zware drinkers vier jaar lang minstens één keer per week bij één gelegenheid zes glazen of meer dronken. Gemiddeld dronken ze 15 glazen per week. Zelfs bij deze zware drinkers zag Boelema geen afwijkingen in het cognitief functioneren.

Probleemdrinkers kwetsbaar
De promovenda vond wel een verband tussen probleemgedrag en (ernstig) alcoholmisbruik. Jongeren die op jonge leeftijd snel agressief zijn en zich schuldig maken aan winkeldiefstal worden later vaker probleemdrinker. Alcoholconsumptie versterkt daarbij het probleemgedrag.

Meer onderzoek noodzakelijk
Dit eerste onderzoek is geen vrijbrief voor jongeren om alcohol te (gaan) drinken. Er is nog veel onduidelijk over de langetermijngevolgen van alcohol op het jonge brein. Meer onderzoek is nodig om te begrijpen wat matige en overmatige alcoholconsumptie voor effect heeft op de hersenen en het cognitief functioneren van jongeren.

Volkskrant: Paar biertjes niet per se slecht voor het puberbrein