Kanker

Van de meer dan 100 kankersoorten zijn er zes gerelateerd aan alcohol. Ze worden voornamelijk geassocieerd met overmatige alcoholconsumptie. De vier belangrijkse levensstijlfactoren voor kanker in het algemeen zijn roken, obesitas, een ongezond voedingspatroon en te weinig bewegen. Alcohol kan het risico op kanker in de borst, dikke darm, hoofd en hals, lever en slokdarm verhogen.

Direct naar:
Kanker in Nederland
Kanker in Europa
Oorzaken van kanker
Alcoholconsumptie en risico op kanker
De kankerverwekkende effecten van alcohol
Alcoholconsumptie en een reductie van het kankerrisico
Het risico op kanker na stoppen met drinken
Alcoholconsumptie voor en na de borstkankerdiagnose
Wat is kanker?
Relatieve risico’s zeggen niets over het absolute risico
Onthoud: elk glas alcohol verhoogt de kans op borstkanker
 

Kanker in Nederland
Kanker is een van de meest voorkomende ziektes in Nederland. Bijna 800.000 mensen hebben kanker of hebben in het verleden kanker gehad. Dit is bijna 5% van alle Nederlanders. De meest voorkomende vorm van kanker in Nederland in 2016 is huidkanker, gevolgd door darm-, borst-, long- en prostaatkanker.

De overlevingskansen van patiënten met kanker variëren sterk per soort kanker en zijn afhankelijk van het stadium waarin de ziekte is vastgesteld. Globaal geneest ongeveer de helft van alle kankerpatiënten. Hoewel de veranderingen langzaam gaan, zijn de overlevingskansen van kankerpatiënten de afgelopen decennia gestegen. Redenen voor deze stijging zijn het ontdekken van kanker in een vroeger stadium, effectievere behandelingen en het feit dat een aantal vormen van kanker met lage overlevingskansen (maagkanker, longkanker bij mannen) steeds minder voorkomt (http://www.cijfersoverkanker.nl).

Kanker in Europa
In 2012 kwamen er in Europa meer dan 3,4 miljoen nieuwe gevallen van kanker bij.184 Kanker is een hoofdoorzaak van sterfte, verantwoordelijk voor ongeveer 20% van alle sterfgevallen elk jaar.185 In 2012 kwam borstkanker het meest voor (458.337 gevallen), gevolgd door dikkedarmkanker (446.801), longkanker (409.911) en prostaatkanker (399.964). Deze vier vormen van kanker vormen samen de helft van de totale omvang van kanker in Europa. Onder alle sterfgevallen aan kanker kwamen longkanker (353.580), dikkedarmkanker (214.727), borstkanker (131.259) en maagkanker (107.313) het vaakst voor.186

Oorzaken van kanker
De meeste vormen van kanker wereldwijd zijn toe te schrijven aan omgevingsfactoren. Slechts een klein deel van alle gevallen van kanker heeft een endogene oorzaak, zoals bijvoorbeeld genetische aanleg.187 Roken is de belangrijkste vermijdbare oorzaak van kanker in Europa. Andere belangrijke risicofactoren zijn een ongezond voedingspatroon (weinig fruit en groente, veel rood en bewerkt vlees, veel calorieën) en weinig bewegen. Alcoholconsumptie en omgevingsfactoren (zonlicht, vervuiling, infecties) dragen ook bij aan het risico op kanker.188 Een aanzienlijk deel van het aantal gevallen van kanker dat toe te schrijven is aan alcohol, houdt verband met een dagelijkse alcoholconsumptie van meer dan 24 g voor mannen en meer dan 12 g voor vrouwen.189

Tabel 4. Aantal, sterfte, percentage alcoholgerelateerd en cumulatief risico van alcoholgerelateerde vormen van kanker in Europa (2012)

* Het aantal kankergevallen dat voorkomen had kunnen worden als niemand in Europa alcohol had gedronken
** Hoogste en laagste risico (varieert binnen Europese landen) om een bepaalde vorm van kanker te krijgen tot de leeftijd van 75 jaar. Data afkomstig van globocan.airc.fr.
*** lip, mond- en keelholte, strottenhoofd

Alcoholconsumptie en risico op kanker
Populatiestudies laten zien dat alcoholconsumptie het risico op kanker van de borst, dikke darm, hoofd en hals, lever en slokdarm verhoogt.190 Wie kanker wil voorkomen, kan beter helemaal geen alcohol drinken.188 Het is echter wel zo dat veel gevallen van kanker in Europa gerelateerd aan alcoholconsumptie samenhangen met een dagelijkse inname van meer dan 24 g alcohol voor mannen en meer dan 12 g voor vrouwen.189 Dit verklaart ook voor een deel de J-vormige relatie tussen alcoholconsumptie en algemene sterfte. Bij een matige consumptie is het risico op sterfte lager.

Aan alcohol toe te schrijven aantallen
Tabel 4 geeft een overzicht van de incidentie (het voorkomen) en de sterfte voor alcoholgerelateerde vormen van kanker in Europa. Ook is het percentage dat daadwerkelijk door alcoholconsumptie komt weergegeven. Deze cijfers laten zien hoeveel gevallen samenhangen met het drinken van alcohol, ofwel hoeveel gevallen voorkomen hadden kunnen worden als niemand in Europa alcohol had gedronken. Over heel Europa is het aantal alcoholgerelateerde vormen van kanker dat specifiek door alcoholconsumptie komt ongeveer 10% voor mannen en 3% voor vrouwen. Deze cijfers variëren voor de verschillende landen en zijn afhankelijk van inname en andere factoren.189 Een aanzienlijk deel van de alcoholgerelateerde gevallen van kanker houdt verband met de consumptie van meer dan 24 g alcohol per dag voor mannen en meer dan 12 g voor vrouwen. Voor mannen houdt ongeveer 3% van de alcoholgerelateerde gevallen van kanker verband met een alcoholconsumptie van minder dan 24 g per dag; meer dan 18% houdt verband met meer dan 24 g per dag. Voor vrouwen die minder of meer dan 12 g alcohol per dag consumeren bedragen deze risico’s respectievelijk 1% en 4% (zie figuur 10).189

Figuur 10. Alcoholgerelateerde kankergevallen in 8 Europese landen in 2008189

De interpretatie van tabel 4: alcoholgerelateerde aantallen
Het aan alcohol toegeschreven aantal gevallen van borstkanker bedraagt 5%. Dit betekent dat 5% van alle gevallen van borstkanker in Europa is toe te schrijven aan alcoholconsumptie. In 2012 waren er 458.337 gevallen van borstkanker, dus zo’n 23.000 hiervan houden verband met alcoholconsumptie. Dat wil zeggen dat als alle vrouwen in Europa gedurende hun gehele leven geen druppel alcohol hadden gedronken, ongeveer 23.000 gevallen zouden zijn voorkomen in 2012. En als alle mannen in Europa hun hele leven geen alcohol hadden gedronken, waren er 41.000 gevallen van darmkanker en 14.000 gevallen van leverkanker minder geweest. Bedenk wel dat de meeste alcoholgerelateerde gevallen van kanker te maken hebben met een hoge alcoholconsumptie.

Borstkanker
Borstkanker bij vrouwen is de meest voorkomende vorm van kanker in Europa. Alcoholconsumptie is een van de risicofactoren voor borstkanker, naast een hoog lichaamsgewicht, te weinig beweging en het gebruik van de anticonceptiepil. Het relatieve risico op borstkanker stijgt met 3–9% (vergeleken met het bestaande risico) voor elke 10 g alcoholconsumptie per dag.191-196 De cijfers voor het relatieve risico in verschillende onderzoeken zijn niet consistent. Dit kan deels komen door een verschillend aantal vrouwen met hormoonreceptor-negatieve dan wel hormoonreceptor-positieve tumoren. Niet-hormonale oorzaken zoals DNA-schade, veroorzaken receptor-negatieve tumoren. Hormoonreceptor-positieve tumoren hebben receptoren voor de hormonen oestrogeen en/of progesteron. Alcoholconsumptie verhoogt het risico op hormoonreceptor-positieve tumoren.197-200 Vooral bij vrouwen met een familiaire aanleg voor mastopathie (goedaardige borstaandoeningen) of bij andere aandoeningen die gerelateerd zijn aan een verhoogd risico op borstkanker, speelt alcoholconsumptie een belangrijke rol als risicofactor voor borstkanker.194 Hoewel er aanwijzingen zijn dat lichaamsgewicht (BMI) of gebruik van hormonen geen invloed hebben,196 zijn er nog veel aspecten die onderzocht moeten worden, zoals het effect van de leeftijd waarop de vrouw begint met drinken, drinkpatronen, menopauzale status en genetische factoren.201

Dikkedarmkanker
Dikkedarmkanker is de tweede meest voorkomende vorm van kanker in Europa. Eten van rood vlees, weinig beweging en overgewicht zijn, naast een hoge alcoholconsumptie, risicofactoren voor dikkedarmkanker. Het relatieve risico op kanker van de dikke darm en endeldarm lijkt niet toe te nemen met een consumptie tot 10 g alcohol per dag.202-204Bij een consumptie van 25, 50 en 100 g alcohol per dag, neemt het relatieve risico (vergeleken met het bestaande risico) respectievelijk toe met 8%, 14% en 43%, in vergelijking met niet-drinkers of incidentele drinkers.204 Onderzoek suggereert dat het schadelijke effect van drinken op dikkedarmkanker sterker is voor mannen dan voor vrouwen.202 Het relatieve risico op colorectaal adenoma, een voorstadium van darmkanker, stijgt met 27% (vergeleken met het bestaande risico) bij elke 25 g alcohol per dag.205

Kanker van hoofd en hals
Alcoholconsumptie is een risicofactor voor kanker van hoofd en hals, vooral in combinatie met roken. In Europa is kanker van de bovenste luchtwegen verantwoordelijk voor het hoogste absolute aantal gevallen van alcoholgerelateerde kanker bij mannen (zie tabel 4). Een groot deel daarvan hangt samen met een alcoholconsumptie van meer dan 24 g per dag.189 Bij een dagelijkse consumptie van 12–24 g alcohol per dag neemt het relatieve risico van hoofd- en halskanker niet toe, maar meer dan 36 g alcohol per dag verdubbelt het relatieve risico (vergeleken met niet-drinkers).206 Roken is ook een risicofactor voor hoofd- en halskanker en verdubbelt het relatieve risico bij 1–20 sigaretten per dag. De combinatie van roken (1–20 sigaretten per dag) en hoge alcoholcsonumptie (meer dan 36 g per dag) verhoogt de som van de beide risico’s dramatisch en komt uit op een tienvoudig verhoogd relatief risico vergeleken met niet-drinkers.206

Leverkanker
In Europa komt leverkanker niet veel voor en het cumulatieve risico van leverkanker is laag (zie tabel 4). Alcoholconsumptie is een risicofactor voor leverkanker en overmatige consumptie laat een hoger risico zien. Consumptie van 12 g alcohol per dag hangt samen met een toename van het relatieve risico van 8% (vergeleken met het bestaande risico), en het relatieve risico is 54% hoger bij een alcoholconsumptie van 50 g per dag. Een aparte analyse bij mensen zonder hepatitis gaf aan dat hun risico van leverkanker toeneemt als zij meer dan 40 g alcohol per dag consumeren.207

Slokdarmkanker
Ook slokdarmkanker komt niet veel voor in Europa en daarmee is het cumulatieve risico laag (zie tabel 4). Alcoholconsumptie is een risicofactor voor deze vorm van kanker, maar het risico is vooral verhoogd bij een hoge inname. Alcoholconsumptie is vooral een risicofactor voor een speciale vorm van slokdarmkanker: het plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm. Minder dan 12,5 g alcohol per dag verhoogt het relatieve risico op deze vorm met 26% (vergeleken met het bestaande risico),202 het relatieve risico verdubbelt bij een alcoholconsumptie tot 50 g per dag, en stijgt vijfvoudig bij meer dan 50 g per dag, vergeleken met niet-drinkers.

De kankerverwekkende effecten van alcohol
De mechanismen die ten grondslag liggen aan de relatie tussen alcohol en de verschillende soorten kanker zijn ingewikkeld en nog niet helemaal duidelijk.

Aceetaldehyde en kankerverwekkende zuurstofradicalen
Aceetaldehyde is een giftige metaboliet (een tussenproduct tijdens de omzetting in het lichaam) van alcohol en speelt een belangrijke rol in het risico op kanker.208 Bij hoge consumptieniveaus, boven 40 g alcohol per dag gedurende tenminste een week, wordt het MEOS-systeem (microsomaal ethanol oxidatiesysteem) geactiveerd. Dit omzetmechanisme van alcohol produceert kankerverwekkende zuurstofradicalen (voor details van het metabolisme van alcohol, zie Hoofdstuk 3). Ook bacteriën kunnen alcohol omzetten in aceetaldehyde. Dit komt vooral voor in de mond en darmen bij hoge alcoholconsumptie.209-211

Andere verklaringen

  • Alcoholconsumptie kan de ontwikkeling van kanker ook stimuleren door DNA-methylatie tegen te gaan en door interactie met het retinoïde metabolisme.208
  • Alcohol kan de hormoonhuishouding beïnvloeden door een toename van vrouwelijke hormonen (oestrogeen) in het bloed,212,213wat de ontwikkeling van borstkanker kan stimuleren.
  • Alcohol werkt als een oplosmiddel, waardoor kankerverwekkende stoffen uit bijvoorbeeld tabak gemakkelijker doordringen in weefsels.206
  • Verstoorde opname en tekorten van voedingsstoffen zoals bijvoorbeeld folaat, veroorzaakt door hoge alcoholconsumptie, hangen ook samen met verschillende vormen van kanker.214

Andere kankerverwekkende componenten
Hoewel alcohol de belangrijkste kankerverwekkende stof is in alcoholische dranken, dragen ook andere componenten, zoals ethylcarbamaat en aceetaldehyde, bij aan het risico.215 In de 80’er jaren stond bier in de belangstelling omdat het veel nitrosamines bevat,216 die potentieel kankerverwekkend bleken.217 De brouwtechnieken zijn sindsdien verbeterd en momenteel bevat bier slechts te verwaarlozen hoeveelheden nitrosamines.218

Alcoholconsumptie en een reductie van het kankerrisico
Voor sommige vormen van kanker lijkt alcoholconsumptie het risico enigszins te verlagen, maar meer onderzoek is nodig om de bevindingen van deze populatiestudies te bevestigen en de fysiologische mechanismen van deze effecten te verklaren.202 De vormen van kanker waar het over gaat zijn niet de meest voorkomende kankersoorten. Tabel 5 geeft een overzicht van de incidentie en sterfte voor deze vormen van kanker, en het cumulatieve risico om deze vorm van kanker te krijgen tot een leeftijd van 75 jaar. Het cumulatieve risico verschilt voor de Europese landen door een verschil in risicofactoren voor elke specifieke vorm van kanker. Afgaande op het cumulatieve risico, kunnen we de relatieve risico’s in perspectief plaatsen (zie ook het kader aan het begin van dit hoofdstuk). Als het cumulatieve risico heel klein is, dan kan zelfs een zeer grote afname van het relatieve risico door alcoholconsumptie niet veel absoluut verschil maken. Maar voor een cumulatief risico dat al vrij hoog is, kan een kleine afname in het relatieve risico een grote impact hebben.

Tabel 5. Mogelijke verlaging van incidentie, sterfte en cumulatief risico op kanker door alcoholconsumptie in Europa (2012)

* Hoogste en laagste risico (varieert binnen Europese landen) om een bepaalde vorm van kanker te krijgen tot de leeftijd van 75 jaar. Data afkomstig van globocan.airc.fr.

Nierkanker
Het relatieve risico op nierkanker daalt met maximaal 29% (vergeleken met het bestaande risico) bij een alcoholconsumptie tot 50 g per dag, vergeleken met niet-drinkers.202,219,220

Non-Hodgkin-lymfoom
Vergeleken met niet-drinkers hebben mensen die alcohol drinken een 15% lager relatief risico (vergeleken met het bestaande risico) op non-Hodgkin-lymfoom. Uit de dosis-respons relatie blijkt dat bij een alcoholconsumptie tot 75 g per dag het relatieve risico is verlaagd met 20%.223

Schildklierkanker
Onderzoek laat een significant, omgekeerd verband zien tussen alcoholconsumptie en het risico op schildklierkanker. Alcoholconsumptie van 14–108 g per week verlaagt het relatieve risico op schildklierkanker met 17% (vergeleken met het bestaande risico), en consumptie van meer dan 108 g alcohol per week verlaagt het relatieve risico met 28%, vergeleken met niet-drinkers.221Een follow-up studie laat dezelfde cijfers zien: alcoholconsumptie van 15 g per dag hield verband met een 23% lager relatief risico op schildklierkanker, vergeleken met consumptie van 0,1–4,9 g alcohol per dag.222

Hodgkin-lymfoom
Vergeleken met niet-drinkers hebben zij die alcohol consumeren een 30% lager relatief risico (vergeleken met het bestaande risico) op Hodgkin-lymfoom. Er zijn aanwijzingen voor een omgekeerde relatie tussen inname en risico, maar de effecten zijn niet significant en moeten daarom voorzichtig geïnterpreteerd worden.224

Het risico op kanker na stoppen met drinken
Het is moeilijk om in te schatten hoe lang het duurt voor de verhoogde risico’s weer dalen of verdwijnen nadat iemand gestopt is met het consumeren van alcohol. Er is maar beperkt onderzoek gedaan en er zijn tegenstrijdige resultaten. Voor mond- en keelkanker kan het wel 35 jaar duren voor de effecten verdwenen zijn225 en voor kanker van de slokdarm en lever respectievelijk 16,5 en 23 jaar.226,227

Alcoholconsumptie voor en na de borstkankerdiagnose
Alcoholconsumptie voor en na de behandeling van borstkanker lijkt een beperkt effect te hebben op de overleving.

Overleving vóór de diagnose
Een grote populatiestudie onder vrouwen met borstkanker laat zien dat de overlevingskans met 15% stijgt (relatief risico) bij een consumptie van 42–84 g per week vergeleken met niet-drinkers en met vrouwen die meer drinken.228

Overleving na de diagnose
Alcoholconsumptie van meer dan 140 g per week na de borstkankerdiagnose houdt verband met een verlaagd relatief risico op sterfte door hart- en vaatziekten (HVZ) met 53% en een verlaagd risico op sterfte met 36%.228 HVZ is een belangrijke doodsoorzaak onder borstkankerpatiënten, voornamelijk vanwege de schadelijke effecten van sommige behandelingen voor het hart en de stofwisseling.229

Wat is kanker?
Kanker is een verzamelnaam voor meer dan 100 verschillende aandoeningen die allemaal gekenmerkt worden door ongecontroleerde en abnormale celgroei. Deze groei wordt veroorzaakt door een beschadiging van het DNA dat de celdeling controleert. Na een tijd vormen de abnormale cellen tumoren. Kwaadaardige tumoren kunnen ingroeien in andere weefsels en zich verspreiden door de bloedbaan of het lymfestelsel, waarbij ze uitzaaiingen vormen – nieuwe tumoren in andere delen van het lichaam. Goedaardige tumoren verspreiden zich niet, en stoppen ook uiteindelijk met groeien. Alleen kwaadaardige tumoren noemen we kanker.230

Relatieve risico’s zeggen niets over het absolute risico
In dit hoofdstuk kunt u lezen hoe alcoholconsumptie het risico op bepaalde soorten kanker verhoogt of verlaagt. Het is belangrijk te beseffen dat het bij deze cijfers steeds om relatieve risico’s gaat. Relatieve risico’s drukken uit hoe meer of minder waarschijnlijk het is dat kanker ontstaat in een groep mensen die alcohol drinken vergeleken met niet-drinkers. Dit is iets anders dan de algemene kans om kanker te krijgen op een bepaald moment in het leven, het absolute risico.

Het cumulatieve risico in tabel 4 drukt het absolute risico uit om een bepaalde soort kanker te krijgen tot de leeftijd van 75 jaar. Dit risico varieert tussen Europese landen en is afhankelijk van allerlei factoren. Als we de cumulatieve risico’s kennen, kunnen we de relatieve risico’s die dit hoofdstuk beschrijft, beter in perspectief plaatsen. Het voorbeeld hierna laat dat zien, net als het voorbeeld voor borstkanker verderop in dit hoofdstuk. Als het cumulatieve risico erg klein is, maakt zelfs een zeer grote toename van het relatieve risico door alcoholconsumptie niet veel absoluut verschil. Maar als het cumulatieve risico al erg hoog is, kan een kleine toename in het relatieve risico een grote impact hebben.

Voorbeeld
Het hoogste absolute risico voor Europese mannen om gedurende hun leven (tot 75 jaar) dikkedarmkanker te krijgen is 7,4% (zie tabel 4) en zien we in Slowakije. Alcoholconsumptie van 25 g alcohol per dag verhoogt het (relatieve) risico met 8% (paragraaf 7.3), wat overeenkomt met een verhoging, door het drinken van alcohol, van het absolute risico van 7,4% met 0,6% naar 8,0%, ofwel een stijging van 74 naar 80 in een groep van 1.000 mannen die dikkedarmkanker ontwikkelen.

Het is belangrijk goed voor ogen te houden dat dit slechts voorbeelden zijn die een indruk geven van het effect van alcohol op het absolute, levenslange risico op kanker tot het 75e jaar in het algemeen. Individuele absolute risico’s gedurende het leven kunnen hoger of lager zijn, afhankelijk van leeftijd en levensstijl.

Onthoud: elk glas alcohol verhoogt de kans op borstkanker
Er zijn verschillende risicofactoren voor borstkanker, en alcoholconsumptie is er een van. Het levenslange risico tot 75 jaar op borstkanker in Europa is het hoogst in België: 11,6% (zie tabel 4). Elk glas alcohol per dag (10 g) verhoogt het risico met 3–9%.191 Dit betekent dat het absolute risico stijgt van 11,6% tot 12,0–12,6% (een toename van 0,4–1,0 procentpunt). Dit komt overeen met een toename van 116 naar 120–126 vrouwen op de 1.000 die borstkanker krijgen. Ter vergelijking: een andere risicofactor voor borstkanker is de anticonceptiepil. Gebruik van de pil verhoogt het risico met 24%,231 waardoor het absolute risico stijgt van 11,6 % naar 14,4%. Dit betekent dat van elke 1.000 vrouwen niet 116 maar 144 vrouwen borstkanker krijgen.

Bedenk wel dat deze voorbeelden de effecten van alcoholconsumptie en pilgebruik weergeven voor het absolute, levenslange risico op borstkanker tot de leeftijd van 75 jaar. Dit risico kan voor een individu hoger of lager zijn, afhankelijk van bijvoorbeeld leeftijd en levensstijl.

Dit is niet bedoeld om het gebruik van de anticonceptiepil te ontmoedigen, maar om de impact van alcoholconsumptie in perspectief te plaatsen.

Bronnen

  1. Steliarova-Foucher E, O'Callaghan M, Ferlay J e.a. (2015). The European Cancer Observatory: A new data resource. Eur J Cancer, 51(9):1131-1143.
  2. WHO Europe | Cancer - Data and statistics [Internet]. Geciteerd mei 2015. Ontleend aan: www.euro.who.int/en/health-topics/noncommunicable-diseases/cancer/data-and-statistics
  3. Cancer incidence and mortality in Europe [Internet]. Geciteerd juli 2015. Ontleend aan: http://eu-cancer.iarc.fr/EUCAN/Country.aspx?ISOCountryCd=968#block-pie-a
  4. Anand P, Kunnumakkara AB, Kunnumakara AB e.a. (2008). Cancer is a preventable disease that requires major lifestyle changes. Pharm Res, 25(9):2097-2116.
  5. Schüz J, Espina C, Villain P e.a. (2015). European Code against Cancer 4th edition: 12 ways to reduce your cancer risk. Cancer Epidemiol, Epub.
  6. Schütze M, Boeing H, Pischon T e.a. (2011). Alcohol attributable burden of incidence of cancer in eight European countries based on results from prospective cohort study. BMJ, 342:d1584.
  7. Scoccianti C, Cecchini M, Anderson AS e.a. (2015). European Code against Cancer 4th Edition: Alcohol drinking and cancer. Cancer Epidemiol, Epub.
  8. Smith-Warner SA, Spiegelman D, Yaun SS e.a. (1998). Alcohol and breast cancer in women: a pooled analysis of cohort studies. JAMA, 279(7):535-540.
  9. Hamajima N, Hirose K, Tajima K e.a. (2002). Alcohol, tobacco and breast cancer--collaborative reanalysis of individual data from 53 epidemiological studies, including 58,515 women with breast cancer and 95,067 women without the disease. Br J Cancer, 87(11):1234-1245.
  10. Tjønneland A, Christensen J, Olsen A e.a. (2007). Alcohol intake and breast cancer risk: the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC). Cancer Causes Control, 18(4):361-373.
  11. Seitz HK, Pelucchi C, Bagnardi V e.a. (2012). Epidemiology and pathophysiology of alcohol and breast cancer: Update 2012. Alcohol Alcohol, 47(3):204-212.
  12. Bagnardi V, Rota M, Botteri E e.a. (2013). Light alcohol drinking and cancer: a meta-analysis. Ann Oncol, 24(2):301-308.
  13. Romieu I, Scoccianti C, Chajès V e.a. (2015). Alcohol intake and breast cancer in the European prospective investigation into cancer and nutrition. Int J Cancer, 137(8):1921-1930.
  14. Zhang SM, Lee I-M, Manson JE e.a. (2007). Alcohol consumption and breast cancer risk in the Women's Health Study. Am J Epidemiol, 165(6):667-676.
  15. Lew JQ, Freedman ND, Leitzmann MF e.a. (2009). Alcohol and risk of breast cancer by histologic type and hormone receptor status in postmenopausal women: the NIH-AARP Diet and Health Study. Am J Epidemiol, 170(3):308-317.
  16. Li CI, Chlebowski RT, Freiberg M e.a. (2010). Alcohol consumption and risk of postmenopausal breast cancer by subtype: the women's health initiative observational study. J Natl Cancer Inst, 102(18):1422-1431.
  17. Chen WY, Rosner B, Hankinson SE e.a. (2011). Moderate alcohol consumption during adult life, drinking patterns, and breast cancer risk. JAMA, 306(17):1884-1890.
  18. Scoccianti C, Lauby-Secretan B, Bello PY e.a. (2014). Female breast cancer and alcohol consumption: a review of the literature. Am J Prev Med, 46(3 Suppl 1):S16-S25.
  19. Bagnardi V, Rota M, Botteri E e.a. (2015). Alcohol consumption and site-specific cancer risk: a comprehensive dose-response meta-analysis. Br J Cancer, 112(3):580-593.
  20. Klarich DS, Brasser SM en Hong MY (2015). Moderate alcohol consumption and colorectal cancer risk. Alcohol Clin Exp Res, 39(8):1280-1291.
  21. Wang Y, Duan H, Yang H e.a. (2015). A pooled analysis of alcohol intake and colorectal cancer. Int J Clin Exp Med, 8(5):6878-6889.
  22. Ben Q, Wang L, Liu J e.a. (2015). Alcohol drinking and the risk of colorectal adenoma: a dose-response meta-analysis. Eur J Cancer Prev, 24(4):286-295.
  23. Hashibe M, Brennan P, Chuang SC e.a. (2009). Interaction between tobacco and alcohol use and the risk of head and neck cancer: pooled analysis in the International Head and Neck Cancer Epidemiology Consortium. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 18(2):541-550.
  24. Chuang SC, Lee YC, Wu GJ e.a. (2015). Alcohol consumption and liver cancer risk: a meta-analysis. Cancer Causes Control, 26(9):1205-1231.
  25. Seitz HK en Stickel F (2007). Molecular mechanisms of alcohol-mediated carcinogenesis. Nat Rev Cancer, 7(8):599-612.
  26. Seitz HK, Simanowski UA, Garzon FT e.a. (1990). Possible role of acetaldehyde in ethanol-related rectal cocarcinogenesis in the rat. Gastroenterology, 98(2):406-413.
  27. Homann N, Jousimies-Somer H, Jokelainen K e.a. (1997). High acetaldehyde levels in saliva after ethanol consumption: methodological aspects and pathogenetic implications. Carcinogenesis, 18(9):1739-1743.
  28. Schwabe RF en Jobin C (2013). The microbiome and cancer. Nat Rev Cancer, 13(11):800-812.
  29. Dorgan JF, Baer DJ, Albert PS e.a. (2001). Serum hormones and the alcohol-breast cancer association in postmenopausal women. J Natl Cancer Inst, 93(9):710-715.
  30. Rinaldi S, Peeters PH, Bezemer ID e.a. (2006). Relationship of alcohol intake and sex steroid concentrations in blood in pre- and post-menopausal women: the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition. Cancer Causes Control, 17(8):1033-1043.
  31. Hamid A, Wani NA en Kaur J. (2009). New perspectives on folate transport in relation to alcoholism-induced folate malabsorption--association with epigenome stability and cancer development. FEBS J, 276(8):2175-2191.
  32. Lachenmeier DW, Przybylski MC en Rehm J (2012). Comparative risk assessment of carcinogens in alcoholic beverages using the margin of exposure approach. Int J Cancer, 131(6):E995-E1003.
  33. Spiegelhalder B, Eisenbrand G en Preussmann R (1979). Contamination of beer with trace quantities of N-nitrosodimethylamine. Food Cosmet Toxicol, 17(1):29-31.
  34. IARC Working Group on the Evaluation of Carcinogenic Risks of Chemicals to Humans (1978). IARC monographs on the evaluation of carcinogenic risks of chemicals to humans. Some N-nitroso compounds. IARC Monogr Eval Carcinog Risks Hum, 17:1-365.
  35. Lachenmeier DW en Fügel D (2007). Reduction of nitrosamines in beer: review of a success story. Brew Sci, 60:84-89.
  36. Song DY, Song S, Song Y en Lee JE (2012). Alcohol intake and renal cell cancer risk: a meta-analysis. Br J Cancer, 106(11):1881-1890.
  37. Wozniak MB, Brennan P, Brenner DR e.a. (2015). Alcohol consumption and the risk of renal cancers in the European prospective investigation into cancer and nutrition (EPIC). Int J Cancer, 137(8):1953-1966.
  38. Kitahara CM, Linet MS, Beane Freeman LE e.a. (2012). Cigarette smoking, alcohol intake, and thyroid cancer risk: a pooled analysis of five prospective studies in the United States. Cancer Causes Control, 23(10):1615-1624.
  39. Sen A, Tsilidis KK, Allen NE e.a. (2015). Baseline and lifetime alcohol consumption and risk of differentiated thyroid carcinoma in the EPIC study. Br J Nutr, 113(5):840-847.
  40. Tramacere I, Pelucchi C, Bonifazi M e.a. (2012). Alcohol drinking and non-Hodgkin lymphoma risk: a systematic review and a meta-analysis. Ann Oncol, 23(11):2791-2798.
  41. Tramacere I, Pelucchi C, Bonifazi M e.a. (2012). A meta-analysis on alcohol drinking and the risk of Hodgkin lymphoma. Eur J Cancer Prev, 21(3):268-273.
  42. Ahmad Kiadaliri A, Jarl J, Gavriilidis G e.a. (2013). Alcohol drinking cessation and the risk of laryngeal and pharyngeal cancers: a systematic review and meta-analysis. PLoS One, 8(3):e58158.
  43. Jarl J en Gerdtham UG (2012). Time pattern of reduction in risk of oesophageal cancer following alcohol cessation--a meta-analysis. Addiction, 107(7):1234-1243.
  44. Heckley GA, Jarl J, Asamoah BO e.a. (2011). How the risk of liver cancer changes after alcohol cessation: a review and meta-analysis of the current literature. BMC Cancer, 11:446.
  45. Newcomb PA, Kampman E, Trentham-Dietz A e.a. (2013). Alcohol consumption before and after breast cancer diagnosis: associations with survival from breast cancer, cardiovascular disease, and other causes. J Clin Oncol, 31(16):1939-1946.
  46. Doyle JJ, Neugut AI, Jacobson JS e.a. (2005). Chemotherapy and cardiotoxicity in older breast cancer patients: a population-based study. J Clin Oncol, 23(34):8597-8605.
  47. WHO | Cancer [Internet]. Geciteerd juli 2015. Ontleend aan: www.who.int/mediacentre/factsheets/fs297/en/
  48. McPherson K, Steel CM en Dixon JM (2000). ABC of breast diseases. Breast cancer-epidemiology, risk factors, and genetics. BMJ, 321(7261):624-628.
Factsheet:
Subscribe to Kanker