Dementie

Een lage tot matige inname van alcohol per dag kan het risico op dementie verlagen. In dit overzicht komt aan bod wat dementie precies is en welke soorten er zijn, wat de risicofactoren en oorzaken van deze ziekte zijn en wat er in wetenschappelijke literatuur bekend is over alcohol en dementie.

Ga direct naar:

Naar schatting zijn er in Nederland 260.000 Nederlanders met een vorm van dementie. 70% van de patiënten leed aan de ziekte van Alzheimer, 15-20% lijdt aan vasculaire dementie en 15% aan andere minder voorkomende vormen van dementie, zoals frontotemporale dementie1,2.

Wat is dementie?
Dementie is een verzamelnaam voor verschillende ziekten die worden gekenmerkt door de achteruitgang van cognitieve functies doordat steeds meer zenuwcellen of verbindingen tussen zenuwcellen kapot gaan. De verwerking van informatie in de hersenen raakt verstoord.

Bij dementie treedt een of meerdere van de volgende stoornissen op:

  • Afasie (Stoornis in de taal. Spreken wordt moeilijker, men kan niet op de juiste woorden komen, breekt zinnen af of begrijpt woorden niet meer.)
  • Apraxie (Het uitvoeren van alledaagse praktische zaken, zoals het strikken van schoenveters, eten en aankleden, wordt onmogelijk. Er zijn geen lichamelijke beperkingen zoals een verlamming aanwezig.)
  • Agnosie (Herkenningsstoornis, een persoon neemt iets waar, maar herkent het niet. Het kan gaan om smaken, geuren, geluiden, maar ook om personen en voorwerpen.)

Er zijn nog vele andere symptomen van dementie, zoals hallucinaties, dwalen en nachtelijke onrust. Bovenstaande symptomen zijn niet alleen signalen van dementie, maar kunnen ook bij andere gezondheidsproblemen ontstaan3.

Soorten dementie
De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie in Nederland. Daarna volgt vasculaire dementie. Deze vormen van dementie worden meestal op relatief jonge leeftijd vastgesteld (<75 jaar). Bij personen van >75 jaar treedt bijna altijd een mengvorm op. Dit is echter pas zeker te zeggen wanneer een persoon overleden is. Tijdens een autopsie kan er gekeken worden naar veranderingen in de hersenen die duiden op de ziekte van Alzheimer. Na vasculaire dementie volgen: Lewy-Body-dementie, Parkinsondementie en frontotemporale dementie. Deze en andere vormen van dementie komen minder voor. Hier volgt een korte uitleg van de genoemde vormen van dementie.

Ziekte van Alzheimer
Bij de ziekte van Alzheimer ontstaan er opeenhopingen van het eiwit beta-amyloïd in de hersenzenuwcellen. Dit eiwit wordt niet goed afgebroken. De opeenhopingen zorgen ervoor dat de zenuwcellen en verbindingen tussen zenuwcellen niet meer naar behoren functioneren en uiteindelijk afsterven.

Naarmate de ziekte vordert nemen de verschijnselen toe en wordt men steeds meer afhankelijk van anderen. Er kan sprake zijn van afasie, apraxie, agnosie, problemen met de oriëntatie en het onthouden van kennis. Ook kan het karakter veranderen. Er is nog geen genezing van de ziekte van Alzheimer mogelijk1,3.

Vasculaire dementie
Deze vorm van dementie wordt veroorzaakt door stoornissen in de bloedvoorziening van de hersenen. Vaak hebben mensen voorafgaand aan vasculaire dementie al te maken gehad met andere vasculaire aandoeningen. Bijvoorbeeld een te hoge bloeddruk, diabetes, hartritmestoornissen of een of meerdere beroertes. De symptomen van vasculaire dementie hangen af van welk deel van de hersenen beschadigd is. Vaak ontstaan er concentratieproblemen en neemt het tempo van handelen, denken en spreken af. Ook kunnen er lichamelijk symptomen ontstaan, zoals gevoelsverlies of een verlamming. Mensen met vasculaire dementie kunnen nog lang na de diagnose besef hebben van hun ziekte, wat kan leiden tot een depressie. De behandeling van vasculaire dementie bestaat uit het aanpakken van het onderliggende vasculaire probleem en behandeling van eventuele verschijnselen, zoals een depressie1.

Minder voorkomende vormen van dementie

  • Lewy-Body-dementie
    Bij Lewy-Body-dementie vormen zich Lewy bodies in de hersenzenuwcellen van voornamelijk de hersenschors. Dit zijn ingekapselde eiwitten die worden gevormd wanneer het lichaam denkt dat een hersencel gevaar loopt. De symptomen komen overeen met die van de ziekte van Alzheimer en Parkinson.
  • Parkinsondementie
    Bij de ziekte van Parkinson krijgt men te maken met stoornissen in de beweging (trager bewegen, tremoren, maskergelaat). Ongeveer 40% van de Parkinsonpatiënten ontwikkelt dementie. Dit uit zich vaak in traag denken en praten, maar kan ook lijken op de ziekte van Alzheimer. Bij de ziekte van Parkinson worden Lewy bodies aangetroffen, net zoals bij Lewy-Body-dementie. Ze bevinden zich bij Parkinson voornamelijk in de substantia nigra, waar beweging wordt gecontroleerd.
  • Frontotemporale dementie
    Deze vorm van dementie komt vaak op jongere leeftijd voor (40 – 60 jaar). De frontaalkwab (voorste gedeelte van de hersenen) is beschadigd. Dit gedeelte heeft verschillende verantwoordelijkheden. Het zorgt voor besluitvorming, coördinatie, regelt emotionele reacties en de taalvaardigheid. Er kunnen veranderingen optreden in taal, motoriek en in de persoonlijkheid. In een deel van de gevallen (25 – 40%) is de oorzaak bekend, namelijk een erfelijke mutatie1

Risicofactoren voor het ontstaan van dementie

  • Leeftijd: hoge leeftijd is de belangrijkste risicofactor.
  • Voeding: onvolwaardig voedingspatroon met veel verzadigde vetten en zout.
  • Lichamelijke activiteit: te weinig lichaamsbeweging (<30 minuten per dag).
  • Opleiding: mensen met een lage opleiding lopen een hoger risico dan hogeropgeleiden.
  • Overmatige alcoholconsumptie (>4 glazen per dag).
  • Risicofactoren voor hart- en vaatziekten spelen ook mee bij dementie: hypertensie, dyslipidemie, diabetes mellitus type 2, obesitas, roken.
  • Ziekte van Parkinson: de helft tot driekwart van de Parkinson-patiënten ontwikkelt dementie. Een hoge leeftijd en lange ziekteduur spelen hier een rol bij.
  • Genen: Het is bewezen dat mensen met het gen Apolipoproteine e4 (APOE e3) onder andere een hoger risico op arteriosclerose en de ziekte van Alzheimer hebben. Daarnaast spelen genen een rol bij mensen met syndroom van Down en personen die dementie ontwikkelen voor hun 65ste levensjaar3.

Wetenschappelijk onderzoek naar alcohol en dementie

Epidemiologisch onderzoek
Uit steeds meer epidemiologische onderzoeken komt naar voren dat er een relatie is tussen alcoholinname en cognitieve achteruitgang4-6. In figuur 1 is deze relatie te zien4,7. Er is een J-vormige curve zichtbaar. Deze figuur is gebaseerd op de resultaten van de Rotterdam studie, een grootschalig Nederlands onderzoek onder ouderen met als doel het risico op verschillende ziektes te onderzoeken. Er is af te lezen dat ouderen (hier gedefinieerd als ouder dan 55 jaar) die een lage tot matige hoeveelheid alcoholische drank per dag drinken, een lager risico op cognitieve achteruitgang hebben dan ouderen die niet drinken of zware drinkers zijn. Verder is er bijvoorbeeld te zien dat het risico op vasculaire dementie bij inname van 1-3 glazen alcohol per dag 1,5 keer kleiner is dan wanneer men overmatig drinkt. Er is geen verschil in het effect van alcohol op het risico op cognitieve achteruitgang tussen mannen en vrouwen5.

Figuur 1. Het relatieve risico op verschillende vormen van dementie in relatie tot alcoholconsumptie

Beschermingsmechanismen
Verschillende mechanismen van het beschermende effect van alcohol op dementie zijn beschreven. Dit zijn voornamelijk mechanismen die ook bij hart- en vaatziekten een rol spelen.

HDL-cholesterol

  • Dementiepatiënten hebben een lager HDL-cholesterolgehalte, dan mensen die geen dementie hebben. Bij dementie ontstaan er ontstekingsreacties in het lichaam en juist daardoor kan het HDL-cholesterolgehalte zakken. Daarnaast is het bekend dat een laag HDL-cholesterol in relatie staat tot hart- en vaatziekten. Hart- en vaatziekten zijn een grote risicofactor voor dementie. Matige alcoholconsumptie (1 – 2 glazen/dag) verhoogt het HDL-cholesterol en daarvan weten we dat het juist het risico op hart- en vaatziekten en dementie vermindert4,7,9. Het HDL-cholesterol gaat de vorming van eiwitplaques in de hersenen en atherosclerose in de vaten tegen.

Bloedstolling

  • Alcohol heeft invloed op het stollingsvermogen van het bloed. Bloedstolsels spelen een grote rol bij hart- en vaatziekten. Een bloedstolsel kan een bloedvat verstoppen en hierdoor een hartinfarct of beroerte veroorzaken. Uit onderzoek is gebleken dat door matige alcoholconsumptie (1 - 2 glazen/dag) het gehalte van fibrinogeen afneemt in het bloed12. Fibrinogeen is een stollingsfactor, een eiwit wat een rol speelt bij de bloedstolling. Observationele studies laten zien dat er ook een relatie is tussen fibrinogeen en dementie13. Wanneer het bloed minder fibrinogeen bevat, stolt het minder en neemt het risico op hart- en vaatziekten en dementie af.

Hersenscans

  • Uit onderzoek naar MRI-scans van de hersenen bij ouderen (60 – 90 jaar) met een matige alcoholconsumptie (1 – 4 glazen/dag) kwam naar voren dat bij hen minder cerebrovasculaire aandoeningen werden gezien op de scan dan bij mensen met een hoge alcoholinname (>4 glazen/dag). Wanneer er werd gekeken naar een hersenscan van de hersenen van ouderen met het APOE e3 allel dan bleek er minder atrofie van de amygdala en hippocampus op te treden dan bij mensen met een hoge alcoholinname (>4 glazen/dag) die deze genafwijking ook bezaten14. De amygdala en hippocampus zijn hersendelen die worden aangetast tijdens het beginstadium van de ziekte van Alzheimer. Deze bevindingen laten zien dat alcoholinname van invloed kan zijn op de structuur van de hersenen. Een matige inname laat een positief effect zien, maar een hoge inname juist negatief.

Rode wijn

  • Er zijn epidemiologische onderzoeken die beschrijven dat het beschermende effect van rode wijn hoger zou zijn dan dat van bier, sterkedrank en witte wijn9,10. Uit cel- en dieronderzoek komt naar voren dat dit hoogstwaarschijnlijk wordt veroorzaakt door de flavonoïde resveratrol. Deze flavonoïde komt voor in rode wijn en zou in staat zijn om schade aan de hersenen te voorkomen. Resveratrol gaat de opeenhoping van het eiwit beta-amyloïd tegen11. De opeenhoping van dit eiwit veroorzaakt een toxische plaque in de hersenen, met als uitkomst een achteruitgang in het cognitief functioneren. Het bewijs is echter niet eenduidig. Niet alle observationele onderzoeken zien dit effect van rode wijn5,8, ook is er geen onderzoek gedaan bij mensen en zijn er nog vraagtekens over de biologische beschikbaarheid van resveratrol. Er zit veel minder resveratrol in rode wijn dan in de cel- en dieronderzoeken gebruikt is. Een eenduidige conclusie is hier dus niet over te trekken.

Feiten op een rij

  • Dementie is een verzamelnaam voor verschillende ziektes die worden gekenmerkt door cognitieve achteruitgang.
  • Er zijn veel risicofactoren voor het ontstaan van dementie: leeftijd, voeding, lichamelijke activiteit enzovoort. Alcoholconsumptie is er één van.
  • Een lage tot matige consumptie van alcohol kan het risico op dementie beperken, maar een hogere inname (>4 consumpties per dag) verhoogt het risico juist. De relatie tusen alcoholconsumptie en risico op dementie laat een J-vormige curve zien.
  • Het beschermingsmechanisme van matige alcoholconsumptie op dementie lijkt waarschijnlijk op de mechanismen die bij hart- en vaatziekten ook een rol spelen.
  • Volwassenen die gewend zijn alcohol te drinken kunnen hun consumptie het beste beperken tot voor vrouwen maximaal één standaardglas per dag en voor mannen tot twee standaardglazen per dag.
  • Mensen die niet gewend zijn alcohol te drinken, hoeven voor hun gezondheid hier niet mee te starten.
Factsheet:
Subscribe to Dementie