Hart- en vaatziekten

Matige alcoholconsumptie wordt in verband gebracht met een verlaagd risico op hart- en vaatziekten. Dit overzicht geeft een samenvatting van het meest recente bewijs voor deze relatie. Er worden enkele mechanismen aangedragen voor het beschermende effect van matige alcoholconsumptie op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Daarnaast komen factoren als consumptiepatroon en invloed van type alcoholhoudende drank aan bod.

Ga direct naar:
Wat zijn hart- en vaatziekten?
Oorzaken van hart- en vaatziekten
Bevolkingsonderzoek
Interventieonderzoek
Verklaring voor hogere risico’s bij overmatige consumptie
Effecten van verschillende type dranken

Hart- en vaatziekten zijn nog steeds een van de belangrijkste oorzaken van ziekte en sterfte in westerse landen. Jaarlijks sterven in Nederland ongeveer 40.000 mensen aan deze aandoeningen, wat neer komt op ongeveer 30% van de totale sterfte 1.

Wat zijn hart- en vaatziekten?
Een kenmerk van hart- en vaatziekten is dat de wand van bloedvaten kan verdikken en verharden, het arterioscleroseproces (aderverkalking). In principe is arteriosclerose een normaal verouderingsproces. De verdikkingen en verhardingen in de bloedvatwand worden ook wel plaques genoemd. In deze plaques zit onder andere geoxideerd LDL-cholesterol (het ‘slechte’ cholesterol). Arteriosclerose kan voorkomen in bloedvaten van het hart, de hersenen en armen en benen.

Een stabiele plaque kan weinig kwaad, maar door onder andere ontstekingsfactoren kan een plaque instabiel worden. Het gevaar van een instabiele plaque schuilt in het ontstaan van een bloedstolsel. Een groot genoeg bloedstolsel kan plaatselijk of – als het stolsel loslaat – elders een bloedvat verstoppen. Dit kan bijvoorbeeld resulteren in een hart- of herseninfarct. Risicofactoren voor hart- of herseninfarcten zijn bijvoorbeeld een hoge concentratie van het ‘slechte’ LDL cholesterol, een lage concentratie van het ‘goede’ HDL cholesterol of een verhoogde bloeddruk.

Oorzaken hart- en vaatziekten
Verschillende factoren zoals leeftijd of geslacht kunnen het risico op hart- en vaatziekten beïnvloeden. Het risico op hart- en vaatziekten wordt hoger naarmate men ouder wordt. Daarnaast hebben mannen een hoger risico op hart- en vaatziekten dan vrouwen. Echter, ook onder vrouwen komen hart- en vaatziekten regelmatig voor. Sterker nog, hart- en vaatziekten zijn op dit moment bij vrouwen doodsoorzaak nummer 1 1. Leefgewoonten als roken, ongezond eten en weinig bewegen kunnen het proces van aderverkalking versnellen. Van deze leefgewoonten is roken de belangrijkste risicofactor. Alcoholconsumptie is ook een leefgewoonte die invloed heeft op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Naast leefstijl spelen ook erfelijke factoren een rol bij het optreden van hart- en vaatziekten. Hoe groot deze rol precies is, is nog niet helemaal duidelijk. Op dit moment wordt veel onderzoek verricht naar erfelijke risicofactoren en het optreden van hart- en vaatziekten.

Bevolkingsonderzoek
Met bevolkingsonderzoeken is het mogelijk verbanden te bestuderen tussen een (leefstijl) factor en de kans op een ziekte. De relatie tussen alcoholconsumptie en hart- en vaatziekten is veelvuldig onderzocht. Al in 1979 verscheen een eerste observatie van de relatie tussen de totale wijnconsumptie in verschillende landen en het voorkomen van hartinfarcten in die landen 2. Dit onderzoek liet een lagere prevalentie van hartinfarcten zien in landen met hogere wijnconsumptie. Sindsdien is in veel bevolkingsonderzoeken het verband onderzocht tussen alcoholconsumptie en risico op hart- en vaatziekten. In 2011, zijn deze bevolkingsonderzoeken samengevat in een meta-analyse van 84 studies. Een meta-analyse is een overzichtsstudie, waarin resultaten uit verschillende onderzoeken samen worden gevoegd. Dit onderzoek liet zien dat matige alcoholconsumptie samenging met een ongeveer 25% lager risico op sterfte door hart- en vaatziekten en een ongeveer 30% lager risico op hartinfarcten 3. Alcoholconsumptie had geen relatie met het voorkomen van beroerten. Een beroerte is een verzamelnaam voor herseninfarcten en hersenbloedingen, waarbij een herseninfarct het meest voorkomt (80%). Echter, deze resultaten werden beïnvloedt door het type beroerte. Voor herseninfarcten werd bij matige alcoholconsumptie een licht verlaagd risico gevonden, terwijl alcoholconsumptie samenging met een verhoogd risico op hersenbloedingen 3. De mate van alcoholconsumptie had echter wel invloed op deze verbanden. Bij matige alcoholconsumptie (1-2 consumpties per dag) werden lagere risico’s op sterfte door hart- en vaatziekten en hartinfarcten gevonden dan bij niet-drinkers. Bij meer dan 1 tot 2 consumpties per dag was het risico op hartinfarcten nog steeds lager dan bij niet-drinkers. Echter, het risico op sterfte aan hart- en vaatziekten was bij hogere inname gelijk aan niet-drinkers, terwijl voor beroertes bij hogere inname een hoger risico gevonden werd. Deze verbanden verschilden niet voor mannen en vrouwen. Ook mensen die vroeger overmatig gedronken hadden en hiermee gestopt zijn vanwege ziekte of andere redenen konden deze uitkomsten niet verklaren.

 

Figuur 1: Alcoholconsumptie en risico op hartinfarct, hart- en vaatziekten en beroerte. Gebaseerd op: Ronksely et al., BMJ, 2011. 

 

Drinkpatroon
Drinkpatronen hebben echter wel invloed op het risico op hart- en vaatziekten. Wanneer alcohol gespreid over de week geconsumeerd wordt, gaat dit samen met een lager risico op hart- en vaatziekten 4;5. Echter, het zogenaamde piekgebruik (alles opsparen voor bijvoorbeeld het weekend) gaat samen met een ongeveer 2 maal verhoogd risico op hart- en vaatziekten 6;7. Daarnaast is het beschermende effect hoger bij mensen met een hoger risico op hart- en vaatziekten 8. Zo is bij mensen van 40 jaar en ouder het beschermende effect sterker dan bij jongere mensen. Zelfs bij mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, bijvoorbeeld patiënten met hoge bloeddruk, is een lager risico op hart- en vaatziekten gevonden bij matige alcoholconsumptie 8-12.

Effect door alcohol of leefstijl?
Alcoholconsumptie hangt sterk samen met andere leefstijlfactoren. Alcoholconsumptie gaat bijvoorbeeld vaak samen met roken, maar alcoholconsumptie of wijnconsumptie kan ook samenhangen met andere leefstijlfactoren zoals voeding of lichamelijke activiteit 13. Er wordt dan ook wel gesuggereerd dat het beschermende effect van matige alcoholconsumptie op het risico van hart- en vaatziekten mogelijk veroorzaakt kan worden door een gezondere leefstijl van mensen die matig drinken. Daarom is in een bevolkingsonderzoek bekeken of het verband tussen alcoholconsumptie en hart- en vaatziekten vergelijkbaar is voor mensen die een gezonde of minder gezonde leefstijl hebben op basis van hun gewicht, roken, lichamelijke activiteit en voedingspatroon. Dit onderzoek liet geen verschillen in de relatie tussen alcoholconsumptie en hart- en vaatziekten zien voor mannen met een meer of minder gezond leefpatroon 14. Deze uitkomsten suggereren dat een gezondere leefstijl van mensen die matig drinken geen verklaring is voor het lagere risico op hart- en vaatziekten bij matige alcoholconsumptie.

Interventieonderzoek
In interventiestudies worden (leefstijl) factoren bewust gevarieerd om aan te tonen dat er een oorzaak-gevolg relatie is tussen de (leefstijl) factor en de ziekte. Interventiestudies geven inzicht in het mechanisme waarmee de leefstijlfactor, de ziekte beïnvloedt. De relatie tussen matige alcoholconsumptie en een verlaagd risico op hart- en vaatziekten kan verklaard worden door verschillende biologische mechanismen. Deze zijn onderzocht in kortdurende interventieonderzoeken waarin het effect van alcoholconsumptie op risicofactoren voor hart- en vaatziekten vergeleken wordt met een niet-alcoholische controledrank.

HDL cholesterol
Het belangrijkste onderliggende mechanisme is een verhoging van het HDL cholesterol, het ‘goede’ cholesterol, bij matige alcoholconsumptie. Een recent onderzoek heeft de bevindingen van 44 interventieonderzoeken met alcoholconsumptie samengevat in een meta-analyse 15. Dit onderzoek laat zien dat alcoholconsumptie leidt tot een verhoging van het HDL cholesterol van ongeveer 10% (ca. 0.09 mmol/l) per 30 gram/dag (ca. 3 alcoholische consumpties). Dit effect was niet afhankelijk van het type alcoholische drank. Op basis van bevolkingsonderzoeken lijkt dat deze verhoging van het HDL cholesterol ongeveer 50% van de risicoverlaging op hart- en vaatziekten kan verklaren 16-18.

Bloedstolling
Alcoholconsumptie kan het stollingsvermogen van het bloed verlagen. Aangezien een hartinfarct veroorzaakt kan worden door een bloedstolsel, kan dit effect bijdragen aan het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten. Een recente meta-analyse van interventieonderzoeken met alcohol heeft laten zien dat alcoholconsumptie de concentraties van fibrinogeen verlaagt 15. Fibinogeen is een stollingsfactor, ofwel een eiwit dat een rol speelt bij de stolling van het bloed. Bevolkingsonderzoek heeft laten zien dat een verlaging van fibrinogeen mogelijk 30% van de risicoverlaging op hart- en vaatziekten kan verklaren 18.

Adiponectine
Adiponectine is een eiwit wat geproduceerd wordt door het vetweefsel. Adiponectine speelt een rol in de stofwisseling van glucose en vetten in het lichaam. Hoge concentraties van dit eiwit zijn in verband gebracht met een lager risico op hart- en vaatziekten en suikerziekte. Een meta-analyse van interventieonderzoeken heeft laten zien dat alcoholconsumptie adiponectineconcentraties verhoogt 15. In hoeverre hogere concentraties van adiponectine bij kunnen dragen aan een verlaagd risico op hart- en vaatziekten moet nader onderzocht worden.

Ontstekingsfactoren en insulinegevoeligheid
Andere onderliggende mechanismen voor een lager risico op hart- en vaatziekten bij matige alcoholconsumptie die onderzocht zijn, zijn een verlaging van ontstekingsfactoren en een verhoging van de insulinegevoeligheid. Aderverkalking wordt steeds meer beschouwd als een ontstekingsproces. C-reactive protein (CRP) is een ontstekingsfactor die bij actieve ontstekingen geproduceerd wordt door de lever. Echter, licht verhoogde CRP concentraties in het bloed houden verband met een hoger risico op hart- en vaatziekten. Verschillende studies hebben gesuggereerd dat alcoholconsumptie mogelijk de CRP concentratie in het bloed kan verlagen. Echter, in een recente meta-analyse van 5 onderzoeken is geen consistente verlaging van CRP gevonden 15.

Een andere mogelijke verklaring is een verbeterde insulinegevoeligheid. Insuline is een hormoon dat wordt afgegeven door de alvleesklier. Insuline draagt zorg voor het transport van bloedglucose in de weefsels. Bij een verlaagde insulinegevoeligheid zijn de weefsels minder gevoelig voor de werking van insuline en nemen hierdoor minder glucose op. Dit is een van de kenmerken van suikerziekte. Een aantal onderzoeken hebben laten zien dat matige alcoholconsumptie mogelijk de insulinegevoeligheid van het lichaam verbetert 19-21. Echter, een aantal andere onderzoeken hebben dit niet kunnen bevestigen 22-27. In hoeverre een verhoogde insulinegevoeligheid een verklaring is voor een lager risico op hart- en vaatziekten is dus nog niet duidelijk.

Verklaring voor hogere risico’s bij overmatige alcoholconsumptie
Bevolkingsonderzoek heeft laten zien dat overmatige alcoholconsumptie samengaat met een verhoogd risico op beroertes. Deze relatie kan mogelijk verklaard worden door verschillende factoren. Allereerst hebben verschillende onderzoeken laten zien dat overmatige alcoholconsumptie van meer dan 3 consumpties per dag de bloeddruk en het risico op hypertensie (hoge bloeddruk) verhoogt 28;29. Aangezien een te hoge bloeddruk een belangrijke risicofactor is van beroertes, kan dit het verhoogde risico bij overmatige alcoholconsumptie verklaren. Daarnaast kan de verminderde bloedstolling bij overmatige alcoholconsumptie mogelijk het verhoogde risico op hersenbloedingen verklaren 15.

Effecten van verschillende type dranken
Er is veel discussie rondom de effecten van verschillende typen alcoholische dranken. In bevolkingsonderzoeken is in eerste instantie een verlaagd risico gevonden van wijnconsumptie op hart- en vaatziekten. Dit zou mogelijk veroorzaakt kunnen worden door andere componenten in wijn dan alcohol, zoals antioxidanten. Veel bevolkingsonderzoeken hebben getracht verschillen te onderzoeken tussen de verschillende alcoholhoudende dranken. Echter, de uitkomsten van deze onderzoeken zijn inconsistent 3. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat vaak verschillende alcoholhoudende dranken gedronken worden. Het is daarom moeilijk om in observationeel onderzoek de effecten van verschillende dranken uit elkaar te halen. Daarnaast wordt in een specifieke bevolking een drank vaak het meest gedronken, zoals wijn in Frankrijk. De verbanden die gerapporteerd worden zijn dan vaak het sterkst voor de drank die het meest geconsumeerd wordt 30;31.

De verschillende effecten van de dranken kunnen daarom wellicht beter gebaseerd worden op resultaten uit interventieonderzoek. In een aantal onderzoeken zijn de effecten van verschillende alcoholische dranken op het HDL cholesterol bestudeerd. Deze studies hebben geen verschillen tussen de alcoholische dranken gevonden 15;32. Aangezien ongeveer 50% van het verband tussen alcoholconsumptie en hart- en vaatziekten verklaard wordt door HDL cholesterol, suggereren deze resultaten dat het verband tussen alcoholconsumptie en hart- en vaatziekten verklaard wordt door alcohol in plaats van andere componenten in de drank. Ook voor de andere mechanismen zoals stollingsfactoren, adiponectine of insulinegevoeligheid hebben onderzoeken geen verschillende effecten van de alcoholhoudende dranken laten zien 15;19;33;34. Het lagere risico op hart- en vaatziekten bij matige alcoholconsumptie lijkt dus veroorzaakt te worden door alcohol in plaats van andere componenten in die dranken. Dit sluit echter niet uit dat wijnconsumptie mogelijk een extra risicoverlagend effect heeft op hart- en vaatziekten door de antioxidanten.

Slechts weinig onderzoeken hebben een specifiek effect van bier bestudeerd. Verschillende studies hebben een specifiek effect van bier op homocysteine laten zien 35-37. Homocysteine is een stofwisselingsproduct, waarvan hoge concentraties in het bloed in verband worden gebracht met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Verschillende onderzoeken lieten zien dat bierconsumptie mogelijk de homocysteineconcentraties verlaagt, terwijl deze door andere alcoholhoudende dranken verhoogd wordt 35-37. Dit komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van vitamine B6 in bier, dat de homocysteineconcentratie in het bloed kan verlagen. Dit zou de homocysteineverhogende effecten van alcohol tegen kunnen gaan.

Factsheet:
Subscribe to Hart- en vaatziekten