Stress

De wisselwerking tussen alcohol en stress is best ingewikkeld. Hier volgt een overzicht van wat er op wetenschappelijk gebied bekend is over stress en alcohol. Het is belangrijk op te merken dat mensen nogal verschillend reageren op alcohol.

Ga direct naar:
Wat is stress?
Soorten stress
Stress en alcohol
Alcohol en spanningsreductie
Alcoholgebruik bij stress: onderzoek bij dieren
Alcoholgebruik bij stress: humaan onderzoek
Alcohol en stress: grote individuele verschillen

Wat is stress?
Stress is het gevolg van onder hoge spanning en/of tijdsdruk moeten functioneren en presteren en kan leiden tot lichamelijk en psychische klachten. Figuur 1 geeft een opsomming van de diverse effecten die het gevolg zijn van stress. De opsomming is niet volledig maar geeft aan dat stress zich op vele manieren kan uiten. Op fysiologisch gebied zien we veranderingen in hartslag, ademhaling, spierspanning en huidgeleiding. Ook zien we hormonale veranderingen zoals een verhoging van het cortisol- en noradrenalineniveau, wat weer invloed heeft op onze aandacht en alertheid. Ook zien we vaak dat mensen meer gaan roken en/of meer alcohol gaan consumeren.

 

Soorten stress
Stress kan verschillende oorzaken hebben. Deze kunnen zeer extreem zijn, zoals bij acute stress en de zogenaamde Post-Traumatische Stress Stoornis (PTSS), maar ook minder extreem, zoals moeilijkheden op het werk (grote werkdrukte, tijdgebrek, conflicten, ontslag) of problemen in de privésfeer met partner, kinderen of vrienden. Bij al deze oorzaken is vaak sprake van een gevoel van spanning. Die spanning is trouwens niet per definitie negatief. Mensen hebben vaak een bepaalde mate van spanning nodig om adequaat te kunnen functioneren. Zo kan een zekere mate van spanning helpen een klus binnen een bepaalde tijd af te ronden, alert te zijn in het verkeer of helpen om op iemand toe te stappen waar je eigenlijk tegen opziet. De stress wordt vervelend als het gevoel van spanning langer duurt en/of iemand boven het hoofd groeit. Hoeveel stress iemand aankan scheelt behoorlijk per persoon. Mensen verschillen dus in de belastbaarheid die ze aankunnen.

Vaak wordt een onderscheid gemaakt tussen chronische stress en acute stress. Chronische stress is minder intens, maar duurt zoals de naam al aangeeft langer en is vaak het gevolg van langdurige problemen. Stress wordt ongezond als het chronisch wordt. Een mogelijke uitkomst is het Chronische Stress Syndroom (CSS). Dit wordt ook wel ‘burnout’, ‘overspannenheid’, of ‘chronische vermoeidheidssyndroom’ genoemd. Dit kan milde tot zeer ernstige klachten met zich meebrengen zoals ook te zien is in Figuur 1. Acute stress is meestal extremer dan chronische stress. Mensen die lijden aan acute stress zijn blootgesteld aan een ernstige traumatische ervaring. Bij deze extreme vorm van stress (ook wel ‘shock’ genoemd) is vaak sprake van intense angst en gevoelens van machteloosheid. Wanneer de symptomen langer duren dan één maand spreekt men van een Post-Traumatische Stress Stoornis (PTSS). Bij deze stoornis zien we ook herbelevingen van de gebeurtenis(sen) en een soort van vervreemding die zich kenmerkt door een verdoofd en ‘onwerkelijk’ gevoel. Dit laatste kunnen we bijvoorbeeld zien bij slachtoffers van geweld of incest en bij militairen die oorlogssituaties hebben meegemaakt.

Stress en alcohol
Stressklachten zijn dus een waarschuwingssignaal: het lichaam geeft in feite aan dat het even allemaal te veel is. In dat soort gevallen is het beter wat rustiger aan te doen en actief voor ontspanning te zorgen. Het is beter de stresssignalen niet te negeren. Hoe langer de stress duurt of hoe heviger deze is, hoe meer tijd er nodig is om te herstellen. Veel mensen denken dat alcohol stress vermindert. Dat is niet onbegrijpelijk; alcohol is een kalmerend middel dat het centrale zenuwstelsel ontspant. De meeste mensen zijn zich ervan bewust dat ze zich na een paar glazen bier of een andere alcoholische drank steeds meer ontspannen voelen. Het is belangrijk op te merken dat mensen nogal verschillend reageren op alcohol. Sommige mensen kunnen in slaap vallen onder invloed van alcohol, anderen worden juist agressief. Dit laatste verhoogt juist de stress. Zoals we later ook zullen zien is wisselwerking tussen alcohol en stress best ingewikkeld.

Alcohol en spanningsreductie
Een van de eersten die observeerde dat alcohol spanning kan helpen te reduceren en dat dat waarschijnlijk ook een rol speelt bij het ontstaan van afhankelijkheid was John Conger1 Zijn zogenaamde spanningsreductiehypothese heeft een belangrijke rol gespeeld in psychologisch onderzoek naar alcoholconsumptie. Josephs en Steele2 lieten zien dat alcohol inderdaad leidt tot een reductie van spanning en angst en bezorgdheid doet afnemen.

Emma Childs3 van de University of Chicago liet zien dat alcohol de onmiddellijke negatieve emotionele effecten van stress dempt. Haar onderzoek bestond uit twee delen: 25 gezonde mannen moesten een stressvolle taak (het spreken voor publiek) en een niet stressvolle taak uitvoeren. Spreken voor publiek wordt in het algemeen als stressvol ervaren; het verhoogt de hartslag, de bloeddruk, het cortisolniveau in het bloed en gevoelens van spanning. Na de taak kregen de deelnemers een mengsel met alcohol in hun bloed gespoten (gelijk aan ongeveer twee drankjes) en een placebo. De resultaten lieten zien dat alcohol de manier waarop het lichaam omgaat met stress verandert en vice versa. Alcohol kan de hoeveelheid van het stresshormoon cortisol verminderen, maar het kan ook het gevoel van spanning langer laten duren. Daar tegenover staat dat stress de plezierige effecten van alcohol teniet kan doen of het verlangen naar meer alcohol kan vergroten.

Alcoholgebruik bij stress: onderzoek bij dieren
Het is bekend dat stress vaak leidt tot een toename van alcoholconsumptie. Dat zien we bij individuen die bijvoorbeeld worden geconfronteerd met stress in hun persoonlijke of beroepsmatige leven. Ook onderzoek bij dieren toont aan dat stress vaak gepaard gaat met een toename van alcoholconsumptie. Blijkbaar hebben we hier te maken met basale mechanismen. Zo blijkt dat alcoholconsumptie toeneemt bij ratten en muizen in allerlei stressvolle omstandigheden zoals het krijgen van elektrische schokken, sociaal isolement, en het niet kunnen toegeven aan impulsen4. Onderzoek liet ook zien dat resusaapjes die zonder moeder waren opgevoed meer stress ervoeren en ook meer alcohol consumeerden, resusaapjes die wel door hun moeder waren opgevoed deden dat alleen als ze in stressvolle situaties waren5. Onderzoek bij ratten richtte zich op gewoontevorming. De ratten hadden een langere periode achter de rug waarin ze alcohol consumeerden; de vraag was wat nu zou leiden tot een terugval na een periode van gedwongen ‘onthouding’. Het toedienen van kleine hoeveelheden alcohol leidde tot een toename van alcoholconsumptie; de oude gewoonte werd dus deels in ere hersteld. Het toedienen van elektrische schokken had echter een veel groter effect en leidde tot een grotere toename van consumptie dan de toediening van kleine hoeveelheden alcohol6.

Alcoholgebruik bij stress: humaan onderzoek
Holahan et al.7 onderzochten hoe een steekproef van meer dan 400 mannen en vrouwen omgingen met stress en de rol van alcohol daarbij. Vrijwel alle theorieën over alcoholconsumptie en het krijgen van problemen met alcohol leggen de nadruk op de effecten van alcohol op het reguleren van negatieve emoties die het gevolg zijn van spanning en stress. In dit onderzoek werd gekeken naar de mate waarin mensen alcohol consumeerdenn om om te gaan met stress. De mate waarin ze dat deden voorspelde alcoholconsumptie een jaar, vier jaar en tien jaar later. Als men aan het begin van de periode meer dronk deed men dat ook later en was er ook meer kans op problemen met alcohol. Dit effect was het grootste een jaar later en nam daarna af, maar er bleef sprake van een significant verschil.

In dit onderzoek werden naast demografische gegevens zoals leeftijd ook vijf andere variabelen gemeten. Dit waren: alcoholconsumptie, of er sprake was van aan alcohol gerelateerde problemen, hoe men omging met spanning, hoe gespannen men zich voelde en de mate waarin men last had van depressieve klachten. Op de vraag naar hoe mensen met spanning omgingen gaf zo’n 18% aan dat ze meer alcohol dronken om de spanning te verminderen. Bij die groep zien we dan ook een duidelijke toename van alcoholconsumptie over de tijd en die was vooral zichtbaar een jaar na de eerste mening. Na 10 jaar was dat minder, maar dat effect had ook te maken met de toegenomen leeftijd.

 

Figuur 2. Alcoholgebruik over een 10-jarige periode bij mensen die alcohol consumeren om te ontspannen bij stress (groep 1) en mensen die dat niet doen (groep 2). Gebaseerd op het onderzoek van Holahan en anderen7.

Ander onderzoek laat ook zien dat het gebruik van alcohol om de stress aan te kunnen bij een aantal mensen ook gepaard gaat met drinken in je eentje (in tegenstelling tot ‘sociaal’ drinken met anderen). Dit ‘eenzame drinken’ vergroot de kans op problemen met alcohol. In het onderzoek van Holohan en collega’s7 kwam naar voren dat mensen die aan het begin van de 10-jarige periode al de neiging hadden om bij stress meer te gaan drinken, op de langere termijn ook meer last hadden van angstgevoelens en depressie. Hun onderzoek liet ook zien dat er duidelijke verschillen bestaan tussen mensen in hoe ze omgaan met stress en alcohol.

Onderzoek van Cunradi en collega’s8 richtte zich op de korte termijn effecten van stress en alcoholconsumptie. Zij onderzochten werknemers bij het openbaar vervoer in San Francisco en keken naar de relatie tussen stress, alcoholconsumptie en arbeidsverzuim. Stress bij deze groep is vrij hoog (tijdsdruk, opstoppingen in het verkeer, een vervuilde omgeving, niet altijd welwillende passagiers, et cetera). Resultaten van hun onderzoek lieten zien dat bij mannen stress en alcoholconsumptie beide van invloed waren op arbeidsverzuim. Bij vrouwen was alleen stress een voorspeller van arbeidsverzuim.

Sillaber en Henninger9 geven een overzicht van de mechanismen die verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de relatie tussen stress en alcohol en de vaak ervaren afname van stress door alcohol. Dat laatste kan leiden tot de neiging meer alcohol te gaan drinken. Sillaber en Henninger richtten zich op het hypothalamo-pituitary-adrenocortical (HPA) systeem en lieten zien dat er behoorlijke individuele verschillen zijn tussen hoe dit biologische systeem reageert op zowel stress als alcohol. Ook speelt de intensiteit en de duur van de stressvolle situatie een rol en de mate waarin men eerder is geconfronteerd met stress en hoe men omgaat met alcohol. Zij beargumenteren dat de neiging om stress minder extreem te maken door alcohol te consumeren alleen bij bepaalde groepen leidt tot het ontstaan van de gewoonte om meer en vaker alcohol te drinken. Ze noemen een groot aantal factoren die hierop van invloed zijn; de tijdsspanne tussen de stress en het drinken van alcohol, de familie en gezinsgeschiedenis, verwachtingen over de effectiviteit van alcohol, en persoonlijkheidsverschillen. Ook hun onderzoek laat dus zien dat de relatie tussen stress en alcoholgebruik complex is.

Peele & Brodsky10 geven een overzicht van de mogelijke positieve gevolgen van gematigde alcoholconsumptie; zij noemen hierbij onder andere stemmingseffecten, de reductie van stress en sociale gevolgen (gezelligheid, verbondenheid met anderen). Uit hun overzicht blijken ook de gevaren voor mensen die alcohol drinken om van een negatieve stemming af te komen. Mensen die vooral dat doel voor ogen hebben zijn vaak geen sociale drinkers en met name die groep lijkt meer risico te lopen om problemen te gaan ontwikkelen met hun alcoholgebruik.

Alcohol en stress: grote individuele verschillen
Uit de vorige paragrafen blijkt al dat veel onderzoekers wijzen op de grote individuele verschillen tussen hoe mensen omgaan met stress en de rol van alcohol daarbij. Cooper en collega’s11 vonden dat stress een zeer goede voorspeller was van alcoholconsumptie bij mannen, maar alleen bij mannen die emoties die gepaard gaan met stressvolle gebeurtenissen ontkenden en vermeden, en ook hoge verwachtingen hadden van de positieve effecten van alcohol. Mannen die anders omgingen met stress en de daarbij behorende emoties toonden dat effect niet; ook bij vrouwen was dat zo. Kortom; de eerder genoemde spanningsreductiehypothese geldt niet voor iedereen.

Die grote individuele verschillen zien we ook bij dieronderzoek. Vengeliene et al.12 (2003) vonden aanzienlijke verschillen tussen ratten en hun reactie op stress; ratten die een genetisch bepaalde voorkeur hadden voor alcohol waren ook gevoeliger voor stress en dit leidde dan weer tot een toename van de alcoholconsumptie. Kortom, voor sommige mensen is gematigd alcoholgebruik een methode om spanningen te reduceren en de scherpe randjes van negatieve emoties af te halen. Voor anderen gaat dit gepaard met een verhoogd risico op een toename van alcoholgebruik. Bij weer anderen zien we dat alcohol de stress juist extremer maakt.

Factsheet:
Subscribe to Stress